TEACHING . BEELDTAAL VOOR PO GROEP 5 t/m 8

Al eerder schreef ik hier over het vak “Beeldcultuur” of “Beeldtaal” dat ik onderwees op de University of Applied Photography. Het viel mij op, dat onze samenleving die gedomineerd wordt door beeld, weinig bewust is van de invloed en betekenis van al het beeld dat dagelijks ons onderbewuste binnendringt. Komende periode houd ik dit onderwerp tegen het licht in alles wat ik in mijn dagelijks leven èn in mijn loopbaan tegenkom.

Ik begin bij mijn eigen kinderen. Ik heb een dochter van 4 (groep 1), Melle Mae en een zoon van 10 (groep 7), Milan. In de kleuterklas is men volop bezig met beeldcultuur: alleen al alle pictogrammen wijzen op wat we moeten doen, of waar we moeten zijn, wat het thema van die periode is en hoe de structuur van de dag eruit ziet. En het stoplicht in de klas vertelt onze kinderen wanneer ze mogen praten, wanneer ze stil moeten zijn en wanneer ze wel ìets mogen zeggen als ze eerst hun hand opsteken en de beurt krijgen. Krassen met vetkrijtjes in de kleuren rood, oranje, geel is vuur en vuur betekent werk voor een brandweerman. Allemaal beeldtaal. Ze leren wat letters, maar gebruiken verder bijna niets anders dan beeldtaal.

State of Mind, Marjon Hoogervorst

State of Mind, Marjon Hoogervorst

Nu komt het interessante: vanaf groep 4 eist rekenen en spelling (en alles wat daarbij komt) erg veel aandacht op. De toetsen en cito’s vliegen je om de oren in ons huidige toetssysteem. Voor Milan betekent dat veel stampen, de regels uit zijn hoofd leren en chronologisch toepassen. Voor een intensieve beelddenker is dat vrij lastig. Wat opvallend is, is dat in het privé leven van mijn zoon (en veel leeftijdsgenoten), de overige competenties in zijn ontwikkeling het onderwijs in rap tempo voorbij raast. Mede dankzij zijn grenzeloze creativiteit en juist het beelddenken.

Technologie heeft hier een heel groot aandeel in. Ik begin even bij het gamen. Een game als Fortnite waarbij je kan spelen in verschillende werelden, als zijnde een personage (Milan speelt vaak met een vrouwelijk figuur: die zijn minder groot, vallen daardoor minder op en nemen met hun skins minder beeldvulling in waardoor je meer van “de wereld” ziet = allemaal beeldcultuur). Ondertussen communiceert hij met zijn vrienden of andere gamers via de koptelefoon en volgen verschillende aspecten binnen het samenwerken, strategiebepaling, conflicthantering, etcetera zich in rap tempo op. Allemaal beeldcultuur en interessant om het daar eens over te hebben met leerlingen van 8 - 12 jaar.

Als we kijken naar beeldcultuur binnen het Game aspect, heeft het grote invloed op de belevingswereld van de kinderen. Alleen al hierom is het belangrijk om er een groter bewustzijn over te ontwikkelen. Verstaan we de taal van de werelden in beeld binnen de Games? Wat vertellen alle elementen in het beeld? En wat vooral belangrijk is: Hoe kijken anderen hiernaar? Anderen, uit verschillende generaties en culturen?

Hoe leuk is het als kinderen meer bewust worden van de taal van beeld? En hoe leuk is het als ze zichzelf kunnen uitdrukken door middel van verschillende elementen in één beeld samen te voegen?

Hiervoor heb ik een onderwijsprogramma van één dag ontwikkeld en houd ik mij bezig het doorontwikkelen hiervan. In één dag kan ik met een klas (groep 5 t/m 8) op onderzoek uitgaan wat beeldtaal voor hun betekent. Ze leren de invloed van beeld op hun (onder)bewustzijn te begrijpen. En vertellen uiteindelijk hun eigen verhaal in één beeld. Hiervoor voegen ze verzamelde beeldelementen binnen een bepaald thema samen in één beeld door middel van een collage.

Laten we onze kinderen begeleiden in het hebben van voldoende zelfvertrouwen om authentiek te zijn èn te denken. Om ze overal met een open vizier naar te laten kijken zonder te oordelen. Om ze juist “fouten” te laten maken en daarvan te leren en juist door deze “fouten” op andere ideeën te laten komen. Ik denk dat het onderwijs dit kleine beetje extra simpelweg nodig heeft. Het heeft me gegrepen en het laat me niet meer los.

Bij interesse kom ik graag in contact met schoolleiders, docenten en anderen die iets kunnen toevoegen aan de ontwikkeling en uitvoering van dit programma.